Hervormde en Gereformeerde kerk Twijzel.

Bij wijze van (s)preken

   voor de 3e zondag na Pasen, 'De Goede Herderzondag' op 21 aril,
                
bij de Schriftlezingen uit Ezechiël 34: 1 - 101 Johannes 3: 1 - 8 en Johannes 10: 11 -16.  
 
Ik kijk televisie.
Ik zie een groepje zeer bijbelvaste personen.
Ze komen uit Nederland, maar vertoeven in Jeruzalem.
Ze hebben iemand in hun midden die heel veel van de bijbel afweet.
Hij gaat doodgemoedereerd op allerlei gewijde plekken zitten en leest dan voor uit zijn zakbijbeltje: hier zei Petrus dit, daar zei Paulus dat.
Hij is zo te zien, in dat wereldje helemaal thuis.
Hij zegt: 'God kent ons en houdt van ons en zoals Hij ons kent, zo moeten wij elkaar kennen'.
Even later zie ik dezelfde man boodschappen doen in een Jeruzalems winkeltje.
Hij koopt twee stokbroden, gaat naar de toonbank en legt er een bankbiljet op.
Dan zegt hij tegen de vrouw achter de toonbank: 'Not to much', 'niet te veel'.
Hij vertrouwt de zaak niet, is kennelijk bang dat de vrouw hem teveel zal rekenen en niet genoeg wisselgeld zal teruggeven.
Wat een achterdocht. En hij ként die vrouw niet eens!
 
We brengen de vakantie door in Friesland, in een klein huisje, net boven de kop van Overijssel.
Het huisje is van een voormalige veenarbeider.
Het staat letterlijk, buiten de wereld. Je moet van de weg af, dan een hek door, dwars door een veld met koeien - niet vergeten het hek weer dicht te doen! -, dan weer door een hek, en dan pas ben je op de plek van bestemming.
Ziezo, hier kan niemand ons vinden!
Dat hadden we gedacht.
Op zondagmorgen - we slapen nog - een stem die luidkeels 'volk' roept.
Ik snel hals over kop naar beneden.
Er staat een man aan de deur, op een afstandje eerbiedig gevolgd door een vrouw.
Of ik weet, dat ik door God ben gekend.
Daar willen de man en zijn vrouw graag met mij over praten.
Ik niet. Deze bekeringsdrift gaat mij te ver.
Ze gaan weer weg.
Ik kijk ze na.
In het weiland met koeien - aan de kant van ons huisje ‑ staat hun auto geparkeerd.
De man gaat achter het stuur zitten. Hij zet zijn auto een eind terug om te kunnen keren.
De vrouw geeft aanwijzingen. maar ze doet het niet goed.
Zodoende ziet de man een paaltje van de afrastering over het hoofd en loopt dus een reusachtige deuk op, net boven de achterbumper.
Hij stapt uit, kijkt en vloekt hartgrondig tegen zijn vrouw. Ze kijkt verslagen. Wat zonde.
Hij is gekend door de Here God, maar een stuk blik blijkt al voldoende om de ander niet meer te willen kennen.
 
P.S. Er zijn mensen die beweren gekend te zijn door God.
Kijk of ze jou echt willen kennen.
Zij hebben wel berekend, dat ze helemaal vertrouwd zijn met de Heer. Maar jij - en niemand anders - bent de proef op hun sommetjes. 
.
terug