8 november 2026 Twijzel SOW in de Oerdracht – avondmaal. Thema: Hoop als Houding
Eerste lied: 276 Fries
Votum en groet
Gebed om opening en ontferming 3 gebeden, elke keer besloten met gezongen
Inleiding op de zondagslezingen
Lezing uit het Boek Wijsheid 6, 12-16
Stralend en onvergankelijk is de wijsheid;
gemakkelijk wordt zij aanschouwd door wie haar liefhebben,
en gevonden door wie haar zoeken.
Eerder is zij dan wie haar begeren;
vooraf heeft zij zich laten kennen.
Wie om haar vroeg opstaat,
hoeft geen moeite te doen,
want hij zal haar vinden, zittend aan zijn deur.
Want haar overwegen is de hoogste vorm van inzicht
en wie om haar waakt,
zal spoedig zonder zorgen zijn.
Want zelf gaat ze rond,
op zoek naar wie haar waardig zijn,
welwillend vertoont zij zich aan hen op hun wegen
en bij elke gedachte treedt zij hen tegemoet.
psalm: 119 : 1, 7, 40
Mattheus 12 : 9vv Fries
Hij ging naar de synagoge. Daar zag Hij een man met een verschrompelde hand. De Farizeeën vroegen
Hem: ‘Mag men op de sabbat iemand genezen?’ Zij hoopten dat Hij ‘Ja’ zou zeggen. Dan zouden zij
een reden hebben om Hem aan te klagen.
Maar Jezus antwoordde: ‘Als u maar één schaap had en het zou op de sabbat in een put vallen, wie
van u zou hem niet vastpakken en eruit halen? Is een mens niet veel meer waard dan een schaap? Het
is dus toegestaan op de sabbat goed te doen.’
En Hij zei tegen de man: ‘Steek uw arm uit.’ De man deed het en zijn verschrompelde hand werd op
datzelfde moment genezen. Toen had hij twee gezonde handen.
De Farizeeën liepen meteen naar buiten om te overleggen hoe zij Jezus uit de weg konden ruimen.
Jezus had wel door wat zij van plan waren en ging weg. Heel veel mensen volgden Hem. Hij genas
iedereen die ziek was. Maar Hij wilde beslist niet dat zij rondvertelden wat Hij allemaal deed.
Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd: ‘Let op mijn knecht, die Ik heb
uitgekozen. Dit is mijn geliefde Zoon, Hij verheugt mijn hart. Ik zal mijn Geest op Hem leggen en Hij
zal rechtspreken over de volken. Hij zal geen ruzie maken en niet schreeuwen, op straat zal niemand
zijn stem horen. Hij zal het geknakte riet niet breken, de kwijnende vlam zal Hij niet doven, todat Hij
het recht zal doen overwinnen.
En de hoop van de hele wereld zal op Hem gevestigd zijn.’
Zingen 630 : 2, 3
Preekthema : Hoop als Houding
Zingen: zoals een moeder

Mijn wil, mijn weg, mijn woorden wegen
Ik durf nog niet - de nacht is dicht
Zo ben ik met mijn ziel verlegen,
de eeuwigheid valt mij niet licht.
Soms roep ik u met grote vragen
moet ik door diepe stilten gaan
ga dan met mij, en wil mij dragen
en spreek mij in mijn wezen aan.
Mij wacht de nacht. Ik wil vertrouwen,
want vrede is een ver gezicht
wil, als ik val, mij levend houden
en als ik ga, wees dan mijn licht.
Zo vaak is over u gelogen,
zo anders over u gedacht:
U kent ons, u die bent bewogen
die met ons huilt, en met ons lacht.
Ik zoek u met gesloten ogen
en altijd anders, dan ik dacht
hebt u zich over mij gebogen
zoals een moeder in de nacht.
Avondmaal
Avondmaal; ieder geeft elkaar een stuk van het brood; wijn gaat rond
We openen ons voor het in gebed zijn:
Dankgebed – Voorbeden – samen gebeden Onze Vader
Slotlied (staande):
U die mij kent (m: 474: "God roept ons", tekst Jan van Opbergen / Ivo de Jong)
U die mij kent, U die mij hoort
en weet, wat in mij leeft
U weet hoeveel aan goedheid, kracht
mijn angst verborgen heeft
doorbreek mijn waan, mijn zelfverweer
mijn eigen kerk en land
dat ik nog ooit de ander zie
van zijn verborgen kant
U die mij wenkt en aanziet, groet
in mensen zonder tal
U die bij elke vreemde hoopt,
dat ik haar kennen zal
doorbreek mijn kleur, mijn eigen soort
mijn opgebouwde schijn
breng aan het licht bij iedereen
de mens, die ik wil zijn
Zegen (naar St Patrick):
Grond onder je voeten; zon in het gezicht,
wind in je rug hand op je hart, leef ingebed:
Houdt dit licht voor je – en de schaduwen zullen achter je vallen
Het licht achter je, om je in de armen te sluiten en te beschermen in gevaar,
Het licht onder je om je op te vangen
Het licht in jou om te troosten in verdriet
Het licht rondom je als een bescherming,
Het licht boven je om je te zegenen.
Wees zo gezegend: vandaag, morgen en in eeuwigheid:
(samen: ) Amen!
Daarop zingen we het derde vers:
U die ons hoop en trouw belooft
verbindt ons met elkaar
U die mij leert met woord en daad
maak mensen eerlijk waar
doorbreek de zorg om zelfverlies
schenk wijn en deel het brood
dat wij ooit durven op te staan
uit angst om eigen nood
(Gezegend zijt Gij, Heer onze God,
Koning van de Hemel, onze Vader -
die graan doet voortkomen uit de aarde,
mensen schiep tot zegen voor elkaar,
en Licht uit de duisternis
Gezegend Gij, die goeds begint;
Geest die ons verbindt
Eeuwig licht dat ons bemint!
Gezegend Gij, om onze Heer, ons voorbeeld onze broeder -
(Romeinen 11 : 23, gezongen:)
...die in de nacht dat hij werd overgeleverd
het brood nam, het zegende, en brak, en zei:
"Dit is mijn lichaam, voor U
doet dit, tot mijn gedachtenis"
(brood breken)
..en evenzo na de maaltijd
als hij de drinkbeker genomen en gedankt had:
"Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in mijn bloed
doet dit, zo dikwijls gij die drinkt tot mijn gedachtenis"
(Wijn schenken)
Want zo dikwijls u dit brood eet en deze beker drinkt
verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij komt – amen
Een heeft zich mee gedeeld - door één zijn wij geheeld
door één zijn wij verbonden
Wij kunnen door water - Wij kunnen door vuur
In de woestijn van ons leven: manna;
brood uit de Hemel
God, ons in het bloed; de wijn van het stralend koninkrijk: Lechaim! Op het leven.)