Lied voor de dienst
Afkondigingen
Aanvangslied: Psalm 91: 1 en 7 (Heil hem wien God een plaats bereidt)
Stil gebed;
Votum & groet;
Zingen: klein gloria (Lied 195)
Gebed om ontferming
Zingen: Hemelhoog 88: 1, 2 en 3 (Zoek eerst het koninkrijk van God)
Zingen: Hemelhoog 88: 1, 2 en 3 (Zoek eerst het koninkrijk van God) (= Evangelische Liedbundel 58)
Leefregel: 1. Deuteronomium 5: 1b t/m 21 2. Efeziërs 6: 10 t/m 20
Zingen: NLB 539: 1 t/m 5 (Jezus diep in de woestijn) Gebed bij de opening van het Woord Schriftlezing:
Matteüs 4: 1 – 11
1Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had Hij grote honger. 3Toen kwam de beproever naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die stenen dan in broden te veranderen.’ 4Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ 5Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, zette Hem op het hoogste punt van de tempel 6en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op hun handen te dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 7Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 8De duivel nam Hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht 9en zei: ‘Dit alles zal ik U geven als U zich voor mij neerwerpt en mij aanbidt.’ 10Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’ 11Daarna liet de duivel Hem met rust, en meteen kwamen er engelen om Hem te dienen
Zingen: NLB 538: 1 t/m 4 (Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd)
Uitleg en verkondiging
Zingen: Jezus, blijf heel dicht bij mij – (een lied van SELA)
De zwaarte van de nacht overvalt mij.
Het is nog donkerder dan ik dacht.
Ik zoek naar uw nabijheid;
naar uw geborgenheid en kracht.
U bent de weg gegaan.
U hebt mij voorgedaan;
het lijden omarmd;
de pijn gedragen.
U riep de Vader aan:
‘Laat dit aan Mij voorbijgaan’.
Toch bleef U aan zijn wil gehoorzaam.
Jezus, blijf heel dicht bij mij.
Jezus, blijf heel dicht bij mij.
Blijf heel dicht bij mij, Jezus.
Blijf heel dicht bij mij.
Het razen van de storm doet mij beven.
Ik wankel nog veel meer dan ik dacht.
Heer, wilt U mij omgeven
met uw liefde en uw kracht.
Jezus, blijf heel dicht bij mij.
Jezus, blijf heel dicht bij mij.
Uw liefde overwint
het duister van de nacht.
De storm bedaart wanneer uw stem klinkt.
Lezen: geloofsbelijdenis.
Dankgebed, voorbeden, gezamenlijk gebeden ‘onze Vader’.
Slotlied: NLB 641: 1 t/m 4 (Jezus leeft en ik met Hem) Zegen