Hervormde en Gereformeerde kerk Twijzel

Bij wijze van (s)preken

voor zondag 'Trinitatis',
of het feest van de Drie-eenheid.
De Schriftlezingen voor deze zondag: Exodus 34: 4 - 9; 2 Korintiërs 13: 11 - 13 en Matteüs 28: 16 - 20.
 
 
Er waren eens drie mannen, drie broers, in één en het zelfde huis.
 
De eerste was wijs en bedachtzaam.
Hij sprak: 'Wijs heeft God de wereld geschapen en wijs zal ik ermee omgaan. Ik begeef me dus niet in het gewoel van de wereld, op het gladde pad van betrokkenheid.
Ik duik niet in de janboel die ménsen ervan hebben gemaakt. Nee, ik kijk toe.
Ik schouw en beschouw, wijs en evenwichtig'.
En de mensen zeiden: 'Wie is die man toch? Je ziet hem nooit. Zou hij eigenlijk wel bestaan?'.
 
De tweede was een Jezus-freak.
Hij zei: 'Zijn weg dat is de ware. In hem is die verre God aan het licht getreden. Ik doe dus precies als Jezus, net als toen.
En omdat ze toen 'Halleluja' en 'Here' zeiden, doe ik dat nu ook nog.
Al weet geen mens meer over wie ik het heb, ik heb het over hem tot mijn laatste snik'.
En zijn woord kwam uit, want de mensen zeiden: 'Waar heeft hij het toch over?'.

 
De derde was een geestdriftige activist, een brandend vuur, een man die aanpakte wat hij tegenkwam.
Hij zei: 'Kom me niet aanzetten met die oude verhalen over God en Jezus.
Nee, het gaat om nu, je moet het gewoon dóén, vandaag de dag'.
Maar omdat hij niet precies wist waaróm hij deed wat hij deed, liep hij overal tegenaan.
De ene buil na de andere liep hij op, maar hij leerde er niet van.

Hij werd er alleen maar geestdriftiger en hopelozer van.
En de mensen zeiden: 'Hij kent zijn oorsprong niet, en daarom kent hij ook geen einde'.
 
En daardoor bleven die drie - één voor één - wat ze al waren: solisten.
Jammer, want samen, met elkaars kwaliteiten, hadden ze een drieëenheid kunnen worden.
terug